Is echt alles relatief? Ik geef het antwoord alvast: ja!
Maar wacht nog even met pessimistisch relativisme..
Duurzaamheid gaat over people, planet & profit, zoals mooi in een plaatje te zien is in een vorige blog. Oftewel: pieken, poppetjes en plantjes. (Ik heb de volgorde maar even aangepast aan wat in de praktijk vaak het eerst wordt besproken: geld.) Het leuke is dat iedereen het eens is dat deze drie aspecten belangrijk zijn. Das ook lekker makkelijk als je er niet bijzegt hoe belangrijk. Moeilijker wordt het dus als je je afvraagt:
Duurzaamheid is een eigenschap van een product of organisatie, waarbij die in balans is met en afhankelijk van de omgeving. (Jan Hoijtink, 2004)
Wanneer is dat dan? Het handige is dat iedereen dat zelf mag bepalen. (Das meteen antwoord op vraag 2.) Huh
! Denk je dat wetenschappers hier objectief mee bezig zijn, blijkt het allemaal subjectief te zijn. Ja, hier lees je het eens. Ik vind het dat het maar eens gezegd moet worden. Te vaak pretenderen woordvoerders dat er maar één rationele weg te gaan is mbt een bepaald milieuprobleem.
Het is een wat langere blog geworden, maar hopelijk interessant. Ik ga uitleggen: (stelling 1) dat de 3xP balans subjectief is, vervolgens (stelling 2) dat de toekomst niet te voorspellen is om meerdere redenen, en tenslotte (stelling 3) dat we te midden van de subjectieve, onvoorspelbare meuk toch nog een zinnig gesprek kunnen voeren. Hou je vast:
[Stelling 1] Balans 3xP = subjectief
Als Al Gore over duurzaamheid praat, lijkt het helemaal niet relatief. Hoe komt dat? Sommige toekomstvisies zijn zoooo vervelend dat er consensus is. Bijvoorbeeld: niemand wil dat de aarde overstroomt. Dat is sinds de vloed van Noach zelfs een speerpunt van God. We hopen dat we het als mensen iets meer in de hand hebben om onze economieen zo te sturen dat CO2 uitstoot niet meer dan 2 graden temperatuurstijging veroorzaakt. De aankomende conferentie in Kopenhagen gaat over hoe we als wereld hopen te bereiken. Dit is dus een voorbeeld van een harde grens die het milieu stelt.
Maar, helaas zijn die grenzen bij nader inzoomen niet zo hard en objectief als ze schijnen. Het behoud van zalm in de Noordzee is voor ons in Nederland misschien evident, anderen verdienen er hun brood mee. Daar gaat de consensus. Wij willen duurzame visjes, zij duurzame inkomsten. Waarom praat iedereen over duurzaamheid maar is het er nog niet? Omdat er dus eigenlijk nog geen echte consensus over is. Alleen als de groep mensen die vissen belangrijker vindt dan vissers de vissers kan overtuigen dat een wereld mét vis in de zee interessanter is dan een wereld met vis in de winkel, alleen dan ontstaat weer consensus. Ik signaleer dus dat zelfs zoiets als klimaatverandering, dat een harde grens lijkt, uiteindelijk gebaseerd is op consensus. Omdat de balans subjectief is, is duurzaamheid relatief.
[Stelling 2] Toekomst is niet te voorspellen
Ik wil een tweede argument aandragen waarom duurzaamheid in de kern relatief is, dus niet objectief, logisch, rationeel, whatsoever. Dit volgt namelijk direct uit de bekendste definitie van duurzaamheid van ene Brundtland in een van de belangrijkste rapporten als het gaat om wereldwijde bewustwording:
"Sustainable development meets the need of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs." (Brundtland, Our Common Future, 1987)
Ja, klinkt mooi he? Maar er wordt nooit (echt nooit) verteld dat we niet eens weten uit hoeveel mensen die future generations bestaan en dat we niet zeker weten wat hun behoeften zullen zijn. Wat zullen mijn kleinkinderen aan papier consumeren? Met wat voor type printers?
Waarom weten we dat niet? Ten eerste is het koffiedik kijken. Dit speculatieve karakter wordt (voor mij voor het eerst) mooi verwoord in de recent uitgekomen duurzaamheids monitor van geleerde instellingen met de kordate afkortingen CBS, CP, CPB & PBL. Hun prognoses van de wereldbevolking in 2050 lopen uiteen van 7,8 tot 10,8 miljard. Scheelt bijna de helft. Een droge quote van pagina 7:
'Duurzaamheid wordt gekenmerkt door grote onzekerheden over de toekomst. Duurzaamheid gaat namelijk over de lange termijn. Hoe langer de termijn, hoe groter de onzekerheden.' (Monitor duurzaam Nederland 2009, pagina 7)
Ten tweede: stel dat je een redelijk succesvolle voorspellingspoging kunt doen. Voorbeeld uit mijn afstudeer printcontext: je beschrijft een scenario met digitale inkt en e-readers, waarin mensen niet printen maar alles digitaal doen. Dan is het niet zo dat je de toekomstige behoeften weet. Nu komt de twist: je bepaalt ze! Let op het verschil tussen voorspellen en bepalen. Er valt niets te weten, want het gaat er juist om dat wij, of we nu willen of niet, de mogelijkheden van toekomstige generaties bepalen. Dat gebeurt in een visie. En een visie is normatief. Het gaat terug op hoe jij vindt dat de aarde er over 50 jaar uit moet zien. Een westerling wil een andere toekomst dan een moslim. Het is dus relatief. Deze definitie vraagt om een visie op onze huidige noden en een visie op de toekomstige noden van onze (klein∞)kinderen. De wereldgeschiedenis laat zien dat verschillen altijd zullen blijven bestaan. Dan zijn dus compromissen nodig en zal dus uiteindelijk niemand zijn droomwereld helemaal kunnen bereiken. Beetje jammer..
[Stelling 3] Ondanks relativiteit is er nog goede discussie mogelijk
Even een zijstapje: wat is intelligentie, IQ? Niemand is het hier over eens, maar toch kunnen we er mee vergelijken. Het IQ bepaalt bijvoorbeeld of iemand wordt aangenomen. Intelligentie is dat wat gemeten wordt met een intelligentietest!Dus wat is duurzaamheid? The simple truth: dat wat je meet met jouw duurzaamheidstest. Als dus de mensen met wie je over duurzaamheid spreekt dezelfde definitie hanteren, dan heb je blijkbaar een handige praattool.
Toegepast op Océ: zijn hun printers duurzaam? Dat hangt dus af van de duurzaamheidsdefinities van hun stakeholders. Dat zijn hun klanten, werknemers, aandeelhouders, partners en de maatschappij. Het duurde even voordat ik het doorhad, maar nu besef ik dus dat als ik voor Océ een duurzaam product wil ontwikkelen, ik moet weten hoe bijvoorbeeld hun klanten duurzaamheid definieren. Océ klanten kijken naar een printer en zeggen: dat ding kost energie, dus dat kost geld en geeft CO2. Dat moet duurzamer. Dat er tot 10x meer klimaatimpact zit in het papiertje maken dan in het papiertje beprinten, maakt voor professionele printmensen gevoelsmatig minder uit.
Dus zorgt Océ voor energiezuinige printers, want elk beetje helpt EN: de klanten zien en willen (=betalen!) het. Klinkt logisch, maar dat was het voor mij tot een paar dagen geleden niet. Ik had toch in mijn hoofd dat er ergens een logische, meest wetenschappelijke manier is om over duurzaamheid bij printers te praten. Dat geldt dus alleen voor het meten. Wat je meet, wordt ingegeven door wat je belangrijk vindt = normatief = visie. In een volgende blog vertel ik meer over de duurzaamheidsvisies die ik heb aangetroffen.